Het tragische randverschijnsel der dwergkabouter

Er zijn zeer verdrietige dingen op deze aarde. Zoiets waarbij men spontaan begint te huilen, wanneer het onderwerp voorzichtig wordt aangesneden. Ik moest even slikken, toen onlangs een onbekende vrouw aan het busstation me vertelde over haar doodgevroren kat. En hoe ze het dier nog dagenlang in haar armen had gehouden totdat het weer steeds warmer en dierlijker ging aanvoelen. Dat had haar dwaze hoop gegeven.
Het was haar enige werkelijke vriend geweest. Nog steeds had ze hem niet verteerd, vertrouwde ze me toe, een paar onbedwingbare tranen met de rug van haar hand wegmoffelend.
Ik begon ongemerkt rusteloos van de ene op de andere bil te schuiven. Tranen. Het bezorgt me steeds een ongemakkelijk gevoel. De vrouw keek snel de andere kant op.

En toen kwam het.
De mokerslag.

De vrouw aan mijn andere zijde begon over de zieligsten der zieligen, iets waar ik nooit resistent tegen ben geworden: dwergkabouters. Ik heb het nu over volkomen ondermaatsheid. Gewoon nooit ergens bovenuitsteken. Nooit hoeven te buigen. Nooit hoeven te plooien.
Wij mensen hebben de neiging om kleine wezens schattig te vinden. Maar dan alleen wanneer ze een buitensporig groot hoofd hebben, met kogels van om liefde bedelende ogen. Dat wekt in ons een oergevoel op, van willen zorgen en onder onze vleugels willen nemen. En dan zijn we bereid onze klauwen boven te halen, te strijden, zelfs te moorden voor dat zwakke gegeven dat ons zijn totale afhankelijkheid betoont.
Maar dat geldt niet voor de dwergkabouter.

Ze leven met een kort complex. Ze worden niet eens als huisdier gehouden. Een kabouter is schattig. Een dwerg dat hééft gewoon iets. Maar de combinatie, daar hebben we met zijn allen iets tegen.
We vinden hen niet eens zielig, ze worden gesitueerd ergens aan de vergeten rand van het proletariaat, waar zelfs geen voorzieningen voor bestaan.
Het is wellicht door mijn onevenredig ontwikkelde gevoel voor rechtvaardigheid, dat ze me toch telkens in een oncontroleerbare huilbui dwingen.
Als ze al niet verpletterd werden door mijn loodzware schuldgevoel, dan verdrinkt de achteloze voorbijwandelende dwergkabouter dus in de zee van mijn tranen.
En anders vallen ze er ineens af, van de rand van de maatschappij, in hun onnadenkendheid even achterom te kijken, naar iemand die zowaar om hen huilde.
Ik heb er nog nooit ééntje het weten te overleven, wanneer ik ze in het oog krijg.
En dat maakt mij tot de meesterdoder der dwergkabouters.
Het is een spijtige zaak.

About Arret Facultatif

https://arretfacultatif.wordpress.com Deze blog is geschreven in twee talen (nederlands-français), door twee opmerkelijke vriendinnen. Wij vertalen elkaar niet, noch corrigeren elkaar, maar vormen samen een complementariteit in woord en beeld. Wij willen graag met onze handen laten geboren worden daar waar u kan van genieten, onder welke vorm dan ook. Poëzie en kleine stukjes uit het leven, maar ook volsagen verzonnen verhalen, hier vindt u het allemaal!
This entry was posted in Photo, Proza and tagged , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s