Zussen, en een zondagmorgen.

Damien ging dus toch scheiden van zijn walvis. Hetgeen we beiden wel erg vonden, mijn zus en ik. In het begin hadden we het vreemd gevonden dat mijn uitermate knappe broer viel op de reusachtige vrouw die zij was. Wanneer we het over haar hadden, was het altijd een beetje lacherig, alsof ze een onderwerp was dat niet serieus te nemen was, alleen maar door haar omvang. Maar na al die jaren waren we haar gaan appreciëren. Ik denk dat elke vrouw die zich wel eens slecht in haar vel heeft gevoeld, zich zou kunnen identificeren met haar. Ze zag er niet uit, maar ze had toch buitenproportioneel mooie kinderen weten te baren, waar ze spijtig genoeg alleen nog dikker van was geworden. Die kinderen waren telkens in verzorgde staat naar school gegaan, met haren die mooi gekamd waren en kleren die perfect bij hun persoonlijkheid pasten, voor zover zoiets bestaat. Alsof net zij het zich niet kon permitteren dat er iets op haar kinderen aan te merken zou zijn. Daar zat wel een vorm van logica in, vond ik. Eigenlijk was ze gewoon een prachtvrouw, alles bij elkaar beschouwd. In een overdaad waar niemand aan kon tippen. Er was gewoon veel te veel van haar.
Maar nu had Damien dus besloten om het te proberen met de babysit. Een frêle, langharig en blond meisje, uiteraard. Ze zou misschien haar school niet afmaken, maar ik kon me niet bedenken dat het nog veel verschil zou maken. Ze had nu al een overschot aan gebreken. Hij ging meteen officieel scheiden, wist mijn zus te vertellen. Zijn kinderen waren er het hart van in. Eigenlijk raakte het me volledig niet. Alsof ik vond dat zijn kinderen maar beter meteen konden leren hoe het leven in elkaar zat. Ze leefden tenminste nog, niet zoals mijn dochtertjes. Ze waren niet gehandicapt, zoals mijn zoontje. En ze hadden een moeder die overdadig was in alles, waaronder ook in hun liefde voor hen. Alleen hadden ze ook een vader die even zijn zin moest doen, en dat had niet meteen in hun planning gelegen. Ik slikte toch even bij mijn eigen onverschilligheid. Ik kon mezelf blijkbaar nog steeds verrassen. Mijn broer beleefde zijn tweede jeugd. Ik kwam niet meer buiten. Vorige week was ik naar de supermarkt geweest maar toen beeldde ik me in dat iedereen me aanstaarde en toen werd ik bevestigd in het idee dat thuisbleven de betere keuze was. En zo zou ik het dan ook doen.
Maar hij had gekozen om de zekerheid van zijn familie achter zich te laten en een nieuw leven te beginnen met dat jonge meisje. Zij had haar liefde bewezen door net als hij alles op te geven wat ze bezat, namelijk haar ouders en haar studies. Volgens mijn zus stelde dat niet veel voor, want haar familie wilde al langer van haar af en verder behaalde ze erg slechte resultaten in wat de makkelijkste studierichting ooit moest zijn. We gniffelden boven onze tas thee om zoveel romantiek.

Ik legde mijn zoontje in bed en zag zijn blinkende oogjes. Voor hem was het allemaal gelijk. Hij zou slapen in zijn bedje, als dat mijn keuze was. Hij was het kindje dat alle jonge moeders zich wensten. Maar zij zouden het niet meer achter zich aanslepen wanneer ze zelf oud en versleten waren en in een verzorgingstehuis woonden. Ik stopte hem onder één van de knalroze dekentjes van mijn tweede dochtertje. Ik kon me namelijk niet voorstellen dat het hem veel kon deren.
‘Waarom nemen we geen glas wijn?’
Ik zei het al lachend, maar ik hoopte dat ze ‘ja’ zou zeggen.
Ze keek me een beetje verward aan, maar dan knikte ze en goot de rest van haar thee in de gootsteen. Eigenlijk waren we heel fijne vrouwen, maar alleen als we samen waren.
Ik trok een fles wijn open en schonk twee grote glazen in. Ik vond de breekbaarheid van het glas op het ruwe hout van de tafel een prachtig schouwspel. Het glas aan haar lippen was zelfs nog mooier. Het was slechts middag, we hadden nauwelijks gegeten, en het smaakte heerlijk. We werden er steeds losser van.
‘Vind jij dat Damien er verkeerd aan doet?’ vroeg ze me reeds na een half glas.
‘Eigenlijk kan het me niet schelen,’ antwoordde ik naar waarheid. Ik had nochtans een uitgesproken sympathie voor de walvis, maar ik begreep nu eenmaal dat het leven niet zo rechtlijnig in elkaar zat als we het zouden willen.
‘Mij ook niet,’ zei ze, met een glimlach op haar gezicht, die zelfs iets vermakelijks had.
We lieten de wijn roteren in ons glas en genoten van de aanblik.
‘Ik drink eigenlijk nooit witte wijn,’ zei ze me.
‘Ik ook niet,’ antwoordde ik. We zwegen over de rode.
Toen raakten we verzeild in onze eigen gedachten en voelden elk onze pijn, om heel verschillende redenen, maar hij was vers en rauw en we bedienden ons er samen rijkelijk van.

About Arret Facultatif

https://arretfacultatif.wordpress.com Deze blog is geschreven in twee talen (nederlands-français), door twee opmerkelijke vriendinnen. Wij vertalen elkaar niet, noch corrigeren elkaar, maar vormen samen een complementariteit in woord en beeld. Wij willen graag met onze handen laten geboren worden daar waar u kan van genieten, onder welke vorm dan ook. Poëzie en kleine stukjes uit het leven, maar ook volsagen verzonnen verhalen, hier vindt u het allemaal!
This entry was posted in Proza, Uncategorized and tagged , , , , , , . Bookmark the permalink.

2 Responses to Zussen, en een zondagmorgen.

  1. onderdeappelboom says:

    Ik vind eigenlijk vooral de eerste paragraaf heel goed en mooi🙂 Een mens zou vanzelf een walvismama willen🙂

    • Het maakt eigenlijk deel uit van een veel langer verhaal, dus het was een beetje moeilijk om alles te verduidelijken, maar wou eens een stukje ervan posten om te zien of het vlot leest.🙂

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s