Neem me mee!

Het had geen haar gescheeld of ik was dood geweest.  Samen met mijn ouders omgekomen in een tragisch auto-ongeval.  Ik vraag me soms af of dat misschien beter was geweest.  Zelfs al ben ik maar zes jaar, ik vind dat ik het recht heb om me dat af te vragen.  Uiteindelijk ben ik nog erg jong en hoef ik me niet te verantwoorden voor domme gedachten, want die zijn eigen aan kinderen.  Ik ben blij dat ik me zo’n gedachten nog kan permitteren. 

Ik lig op het gras te kijken naar de wolken.  Eigenlijk kijk ik naar de vrouw bij het raam.  Ze staat al dagen half verscholen achter het raamkozijn van het flatgebouw tegenover het huis van mijn tante.  Ze lijkt een nimf, of een andere onbestaande figuur.  Een schim van zichzelf, of van een overledene, of misschien is ze eerder de afdruk van iemand die nooit geboren is.  Ik kijk naar haar contouren die met een potlood getekend lijken achter de rode bakstenen van het gebouw.  Maar ik doe alsof ik naar de wolken kijk.  In het gras liggen op je rug en naar wolken kijken is een dom idee, het is iets dat je in boeken leest maar dat niemand ooit echt doet, denk ik.  Ik moet toegeven dat je er figuurtjes in kan zien, maar na vijf minuten gaat het me geweldig vervelen. 
Dus kijk ik naar die vrouw.  En zij kijkt terug. 
Ze doet alsof ze niet kijkt, maar ik voel haar ogen branden op mij.  Ze vraagt zich ongetwijfeld af wat voor een dwaas jongetje ik ben, om zo op mijn rug in het gras te liggen en naar de wolken te kijken.  Of misschien vind ze het wel mooi omdat ze er ook al over gelezen heeft.  Ik ben er in elk geval zeker van dat ze kijkt.

Ik had dood kunnen zijn, samen met mijn ouders.  Want die dag wilden ze me meenemen, maar uiteindelijk was het mijn tante die voorstelde om dat weekend op mij te passen en mijn ouders vonden het wel een aantrekkelijk idee om twee dagen kindvrij te zijn.  Indien de gelegenheid zich voordeed om mij te vergeten, grepen ze die met beide handen.  Ik twijfelde er niet aan of ze van me hielden, want alle ouders houden van hun kinderen, maar ‘houden van’ heeft vele gezichten.  En in hun definitie hiervan hoefde ik niet altijd in hun aanwezigheid te zijn.  Ik vroeg me soms af of er iemand echt gerouwd zou hebben, moest ik mee omgekomen zijn.  Ik zou opgegaan zijn in het verdwijnen van een heel gezin, maar mij als persoon zou men snel vergeten zijn.  Ik heb het over mezelf als mens.  Ik als kind.  Het is ook daarom dat ik vandaag nog leef.  Want je kan pas doodgaan wanneer er mensen triest zijn om jouw heengaan. Anders ga je niet echt dood.  Rouwen hoort nu eenmaal bij doodgaan.

Ik ben een ongelukkig kind.  Ik ben geboren uit mijn moeder en heel mijn lichaam wil naar haar terug.  Maar ze is er niet meer. 

Ik weet niet goed wat er gebeurt.  Ik ga mee met de vrouw.  Ze neemt mijn hand en ik ga mee. 
Ik heb het gevoel dat ik haar ken. Ik heb haar zo immers al zo vaak gezien.  Ze straalt een zeker vertrouwen uit.  Ik laat me meenemen naar de eerste verdieping van waar ze woont. Het appartement dat uitkijkt op de tuin van mijn tante, waar ik verblijf sinds dit drama ons gezin getroffen heeft. 
Ik zie het vasttapijt op de trap en haar voeten voor mij die geruisloos trap per trap betreden. Ze heeft iets buitennatuurlijks in haar bewegingen.  Ik raak vervuld van een soort vreugde, of misschien is het eerder een nieuwsgierigheid die de adrenaline in mijn bloed doet stromen.  Ik wil dat ze me meeneemt naar haar wereld.  Ik heb zo vaak gekeken naar deze vrouw en zij heeft me nooit gezien.  Ik overtuigde me ervan dat ze naar me terugkeek en zelfs interesse had voor dat vreemde jongetje in de tuin tegenover haar.  Maar meestal zien mensen mij niet, dus het was dwaas om zoiets te denken.  Ik wilde dat ze naar me keek, maar ik durfde niet te geloven dat het ook werkelijk zo was.  Nu is ze speciaal voor mij naar beneden gekomen.  Ik was er altijd van uitgegaan dat ze nooit buiten zou komen,dat zoiets buiten haat mogelijkheden lag. Dat ze in stof uiteen zou dwarrelen indien de buitenlucht haar zou raken.  Ze zag er zo onecht uit.  Ik twijfelde of ze niet het resultaat was van mijn op hol geslagen fantasie.  Geheel tegen mijn verwachtingen in kwam ze plots de zware houten deur van het flatgebouw uit en stapte met een zekere tred de straat over.  Ik werd overvallen door een enorme vertwijfeling.  De schim aan het raam stapte uit mijn fantasie de tuin in langs de zijkant van het huis van mijn tante, boog zich voorover en nam me bij de hand.  Ik kreeg het vreemde gevoel dat ze me wilde hebben en ik voelde me rechtstaan, in een soort van verbazing en ongeloof tegelijkertijd, en liet me meevoeren.  Nu zie ik haar zachte stappen voor mij op de trap en ik volg nog steeds.  Ik wil weten waar ze woont.  En wat ze daar doet.  En waarom ze nooit buitenkomt. Waarom ze niet werkelijk bestaat.  Ik ben zo gelukkig!  Ik begrijp het niet, de schim achter het raam wil me deel laten worden van haar wereld.  Mijn hoofd zingt van blijdschap.  Ik wil bijzonder zijn voor haar.
Neem me mee!

About Arret Facultatif

https://arretfacultatif.wordpress.com Deze blog is geschreven in twee talen (nederlands-français), door twee opmerkelijke vriendinnen. Wij vertalen elkaar niet, noch corrigeren elkaar, maar vormen samen een complementariteit in woord en beeld. Wij willen graag met onze handen laten geboren worden daar waar u kan van genieten, onder welke vorm dan ook. Poëzie en kleine stukjes uit het leven, maar ook volsagen verzonnen verhalen, hier vindt u het allemaal!
This entry was posted in Proza and tagged , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s